Familie Noach 1942

Dit is de familie Noach. Zij hebben gewoond op de Willem Arntszkade 35 bis.
Je ziet vader Siegmund, zijn vrouw Dientje en dochters Erica en Lygia.
(Foto vóór 1935.)
Siegmond Noach werkte als ambtenaar bij de Nederlandse Spoorwegen en zo is dit gezin terecht gekomen in De Tuinwijk in Utrecht. Niemand van dit gezin overleefde de oorlog. Doete Regts deed onderzoek naar hen en plaatste voor hen struikelstenen op 25 oktober 2024.


Het verhaal

De vijfendertig jarige koopman Isaak Noach trouwde in 1869 in Hengelo met de acht jaar jongere Marlina Windmuller. Ze vestigden zich in Deventer, waar Isaak een paardenslachterij had. Het echtpaar kreeg 9 kinderen. De eerste dochter overleed jong. Siegmond werd als achtste kind geboren op 24 december 1881. Ruim tien maanden na de geboorte Siegmond overleed vader Isaak. Moeder Marlina was op dat moment zwanger. Op begin 1883 werd hun negende kind geboren. Het was een zoon en hij werd vernoemd naar zijn vader Isaak.

Toen Marlina ruim een jaar weduwe was hertrouwde ze met de twintig jaar jongere Hartog Lindeman. Ook hij was koopman. Samen kregen zij twee kinderen. Hun zoon overleed na veertig dagen. Als laatste werd dochter Carolina in augustus 1886 geboren, het halfzusje van Siegmond.

In 1899 vertrok Marlina met haar kinderen naar Amsterdam. Haar man Hartog volgde een kleine twee jaar later.

Direct na aankomst in Amsterdam begon Siegmond op zijn 17de in de functie van ‘Jongen’ bij de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij. Hij verdiende ƒ 2,- per week. In negen jaar tijd klom hij op naar de functie van klerk en commies tweede klas en verdiende in 1908 ƒ 70,00 per week. Zo begon zijn carrière bij de spoorwegen.

HUA 920-14, Hollandsche ijzeren Spoorweg-Maatschappij

Den Haag

De drieëntwintig jarige koopman en winkelier Gompel Nathan Bino trouwde in 1864 in Den Haag met de eenentwintig jarige Doortje de Jong. Na zes-en-een-halve maand werd hun eerste kind Sara geboren. Hun achtste en negende kinderen waren zonen die stierven in hun tweede levensjaar. Hun tiende en laatste kind was Dientje en zij werd geboren op 23 januari 1883.

Toen Dientje vier jaar oud was overleed haar moeder. Ze was negen jaar oud toen haar oudste zus Sara overleed en tien jaar oud toen haar vader overleed. Dit gezin had veel verliezen te verwerken. Ik vermoed dat de oudere broers en zussen voor de jongste kinderen hebben gezorgd.

Vanaf haar achttiende jaar werkte Dientje als kinderjuffrouw in Haarlem, Amsterdam en Zaandam. Tussendoor woonde zij bij haar oudere broer Nathan in Den Haag.

16-09-1910, Nieuw Israelietisch weekblad

Siegmond en Dientje

Op 14 september 1910 traden de achtentwintig jarige Siegmond en de zevenentwintig jarige Dientje in het huwelijk in Amsterdam. Ze gingen woonden op de Haarlemmerdijk. Later verhuisden zij naar de Brouwersgracht. Deze adressen liggen dichtbij elkaar en vlakbij Centraal Station. Betje, de tien jaar oudere zus van Dientje, woonde met haar man en hun dochter bij hen in.

Precies negen maanden nadat Siegmond en Dientje in het huwelijk traden werd op 5 juli 1911 hun oudste dochter geboren. Ze noemden haar Lygia. Het is een Griekse naam die ‘muzikaal’ betekend. Een kleine twee jaar later, op 31 maart 1913, werd hun jongste dochter Erica geboren.

De verschillende spoorwegmaatschappijen in Nederland gingen aan het begin van de vorige eeuw samenwerken en in 1917 werd de belangenmaatschap Nederlandse Spoorwegen opgericht. Tussen 1918 en 1921 werd De Inktpot gebouwd aan het Moreelsepark en dit werd het hoofdadministratiegebouw van de NS. Voor de ambtenaren die vanuit Amsterdam naar Utrecht moesten verhuizen en gingen werken in De Inktpot was woonruimte nodig. De NS haakte aan bij de plannen van de bouw van wooncomplex De Tuinwijk. Dit werd vervolgens gebouwd van dezelfde bakstenen als De Inktpot. De bouw duurde ruim een jaar en in 1922 werden de eerste huizen opgeleverd.

Op 7 september 1922 verhuisde het gezin Noach naar Utrecht en ging wonen in de nieuwe bovenwoning aan de Willem Arntszkade nummer 35 bis. Op zijn fiets was Siegmond in acht minuten op zijn werk in De Inktpot.

Op het moment dat het gezin hier kwam wonen waren de meisjes 9 en 11 jaar oud. De groenstrook voor de woning was nog het Zwarte Water. De bruggen waren nog niet gebouwd en het huisraad moest met bootjes overgezet worden. De huren waren hoog en daardoor was er in de eerste jaren leegstand in de wijk, vooral in de grote bovenwoningen.

HUA BIBLIO_STIJD_52 Het adresboek der stad Utrecht 1923-1924


Toen Siegmond in Utrecht ging werken ging hij enorm in salaris achteruitgegaan. Daar kwam de hoge huur nog eens bij. In 1923 vroeg hij vermindering aan van zijn kerkelijke bijdrage bij de Nederlandsch Israëlitische gemeente. De bestuurders waren meestal niet al te scheutig met verlagingen. Maar de aanslag van het kerkgeld van ƒ 25,-  werd teruggebracht naar ƒ 15,60.

HUA  825-208, Stukken betreffende protesten van leden tegen het betalen van de hoofdelijke omslag

Vanaf haar veertiende jaar was Lygia actief in de jeugdclub Hammerkaz, de Joodsche vereniging Utrecht en Het Joods Nationaal Fonds (JNF). Ze was penningmeester en commissaresse.

In 1926 was moeder Dientje actief in het ‘Comité tot aanbieding van een geschenk voor de Nieuwe Synagoge’. In dat jaar werd het nieuw synagogecomplex gebouwd in de Springweg.

90-04-1926, Nieuw Israelietisch weekblad

Op haar zeventiende behaalde Lygia haar Mulodiploma. In de jaren daarna volgde ze diverse cursussen en behaalde diploma’s voor kantoorstenografie in zowel Nederlands als Duits.

05-11-1937, Nieuw Israelietisch weekblad

Op 8 september 1930 liet de Nederlandse Spoorwegen in het Utrechtsch Nieuwsblad weten dat Siegmond was benoemd tot chef de bureau.

09-09-1930, Utrechtsch Nieuwsblad


Muzikale familie

De familie Noach was een muzikale familie. Ze hadden niet voor niets hun oudste dochter Lygia genoemd. Lygia speelde viool en Erica piano. Erica speelde op de avond van de Joodse jeugdclub. Ze begeleide de getalenteerde voorzanger Joseph Wijnberg.

Vanaf 20 februari 1936 woonde de familie Spelde in het onderhuis. Harm en Lena, met hun dertien jarige zoon Johan. De familie Spelde kon het goed vinden met de familie Noach. Johan, die muziek studeerde, speelde samen met Erica piano. Johan ging op de sabbat naar boven om voor de bovenburen het licht aan te doen. Orthodoxe Joden mogen op die dag niet werken. Hieruit blijkt hoe vroom de familie Noach was.

Op 5 januari 1938 verhuisde Lygia terug naar Amsterdam. Ze was 26 jaar oud en ging werken bij een leerhandel als stenotypiste. Vermoedelijk was dit een Joods bedrijf. Ze ging wonen bij haar opa Hartog Lindeman, de stiefvader van haar vader, in de Van Woustraat 148 III. Hij was sinds 5 jaar weduwnaar. Haar opa overleed na vier maanden en vanaf dat moment kwam haar tante Carolina Lindeman bij haar wonen, de halfzus van haar vader. Tante Carolina werkte als klerke bij de NS. Haar oom Isaak Noach, het jongere broertje van haar vader, woonde op één minuut loopafstand op nummer 172. Hij woonde hier met vrouw en kinderen en had op dit adres een winkel in fijne vleeswaren. Op Van Woustraat woonde Lygia twee-en-een-half jaar.

In Amsterdam werd Lygia bestuurslid van de muziekvereniging ‘Con Brio’.

Erica kreeg een longontsteking. Er was nog geen penicilline beschikbaar voor de oorlog. Ze overleed op zondag 5 februari 1939 op 25 jarige leeftijd.

06-02-1939, Utrechtsch Nieuwsblad                   09-03-1939, Utrechtsch Nieuwsblad

Ze ligt begraven op de Joodse begraafplaats aan het Zandpad.

Op dinsdag 7 februari, om twee uur ’s middags werd ze begraven op de Joodse begraafplaats aan het Zandpad. Erica is de oorlog bespaard gebleven. Haar ouders en zus begonnen aan een verdrietige periode die overschaduwd werd door de dreiging vanuit Duitsland.

Drie maanden na het overlijden van haar zusje, sloot Lygia een verzekering af op haar eigen leven. Als ze 47 jaar oud zou zijn in 1959, dan zou ze het bedrag van ƒ 3000,- ontvangen. Een mooi appeltje voor de dorst. Een jaar later brak de oorlog uit.

Aan het begin van de oorlog verhuisde Lygia naar Topaasstraat 9 huis en woonde in bij een Joodse hospita. Dit adres lag op acht minuten loopafstand van haar familie in de Van Woustraat.

In oktober 1940 maakte de bezetter bekend dat alle Joodse ambtenaren moesten worden geschorst. Op 1 maart 1941 werd Siegmond definitief ontslagen na 42 jaar dienstverband.

In 1941 deden de burgemeesters, in opdracht van de bezetter opgave van Joden die in hun gemeente woonden. Op deze lijsten staat het echtpaar Noach, woonachtig op de Willem Arntszkade 35 bis. En Lygia in de Topaasstraat 9 huis in Amsterdam. Hierdoor wist de bezetter waar ze woonden.

HUA 825-187, Stukken betreffende de distributie van matzes tijdens Pesach, 1942

Pesach werd in 1942 gevierd van woensdag 1 april tot donderdag 9 april. Matzes en meel waren gerantsoeneerd en konden aangevraagd worden bij het kerkbestuur van de Nederlandsch Israëlitische gemeente. De familie Noach vroeg 9 pond meel en voor drie personen matzes. Er werden drie matzes per persoon aangevraagd, in totaal negen matzes, en deze werden alle negen toegekend.  Wie was de derde persoon voor wie zij matzes aanvroegen? Vermoedelijk voor Lygia, want Pesach is een familiefeest. Hoewel het niet gemakkelijk meer was om vanuit Amsterdam naar Utrecht te komen. Al vier maanden mochten Joden niet meer zonder toestemming reizen.

Vanaf 5 juni 1942 kwam er een volledig reisverbod voor alle Joden. Twee dagen later deed Lygia in Amsterdam aangifte van een gestolen fiets, ter waarde van ƒ 40,-. Anderhalve maand later moesten alle Amsterdamse Joden hun fietsen inleveren. In de rest van Nederland moesten de Joden dit al een maand eerder.

Stadsarchief Amsterdam 5225-6069, Politierapporten ’40-’45, Wijkbureau Jonas Daniël Meijerplein

Lygia verloor haar baan als stenotypiste bij de leerhandel. Ze vond per 15 juli 1942 een baan als leerling-verpleegster in het Nederlandsch Israëlitisch Ziekenhuis aan de Nieuwe Keizersgracht. Voor deze functie werd ze gesperrt en zo was ze behoed voor de werkverruiming in het oosten. Ze was in het bezit van een EHBO diploma.

Op 23 juli 1942 werd op het woonadres van Lygia, Topaasstraat 9, de inventarislijst van haar spullen opgesteld. Op het formulier staat: 1 boekenkast met 20 boeken, etenswaren, toiletartikelen, 1 opklapbed met beddengoed en gordijnen, 1 koffer met waardeloze spullen. In de kast: dameskleding, schoenen. 1 viool met koffer. Geschatte waarde ƒ 40,-. Haar Joodse hospita werd met rust gelaten.

NL-AsdNIOD_093a_31_00094

Lygia staat op een inkomende transportlijst voor Westerbork van 29 juli 1942. Dat verklaart waarom er op 23 juli een inventarislijst van haar spullen was gemaakt. Maar Lygia kwam niet op 29 juli aan in Westerbork. Vermoedelijk was deze lijst een oproepingslijst, waarbij ze de gelegenheid had om uitstel te vragen. Hoogstwaarschijnlijk heeft ze uitstel kunnen krijgen op basis van haar sperr.  

Deportatie
Op 27 augustus 1942 kwamen Siegmond en Dientje aan in Westerbork. We weten via de familie Spelde dat ze thuis opgehaald zijn. Van een ooggetuige weten we dat er die dag een stadsbus door de wijk gereden heeft. Bij de Joodse Raad konden de Joden aangeven dat ze thuis opgehaald wilden worden, zodat ze niet hoefden te lopen naar het station. Fietsen, of gebruik maken van het openbaar vervoer mochten ze niet meer. Onder begeleiding van de Nederlandse politie kwam de bus aan huis. Voordat ze konden instappen moesten ze hun huissleutels aan de politie overhandigen. Vlak voordat de bus aankwam op de Willem Arntszkade, namen Siegmond en Dientje afscheid van hun onderburen. Ze gaven een paar spulletjes in bewaring bij het echtpaar Spelde: het gezinsportret, de jaartijdlichtkalender van hun dochter Erica en een theekistje.

Bron: Privé archief familie Noach

Met de kalender werd dochter Erica gedurende vijfentwintig jaar herdacht. Dit hebben Dientje en Siegmond drie jaar kunnen doen. Dat ze juist deze kalender in bewaring gaven laat zien hoe belangrijk deze voor hen was.

De bus haalde die dag meerdere Joden op in deze wijk. Vervolgens werden zij naar station Maliebaan gebracht. Met de trein gingen ze naar Westerbork.

Op 28 augustus, de dag na aankomst, gingen Siegmond en Dientje op transport naar Auschwitz. Daar kwamen zij aan op 31 augustus 1942. Ze werden direct na aankomst vergast. Tussen het moment dat zij thuis opgehaald werden en het moment dat zij vermoord werden zaten precies vier dagen.

Op de lijst van ontruimde woningen van Joden staat bij Willem Arntszkade 35 bis dat hun meubels waren ondergebracht bij de Duitsche Weermacht.

NL-UtHUA_1202_219_000032


En Lygia?
Na een half jaar gewerkt te hebben als leerling-verpleegster veranderde Lygia van baan. Op 15 januari 1943 ging ze aan de slag als schoonmaakster in de instelling de Joodse Invalide, Weesperplein 1. Dit werd ook haar woonadres. Misschien paste het beroep van verpleegster niet bij haar. Of misschien verloor ze haar baan omdat ze ondergedoken had gezeten. Twee maanden later, op 1 maart 1943 werd Joodse Invalide geruimd. Lygia ontsprong de dans, ze werd niet gepakt.

Na twee weken nam ze haar intrek op het adres van het Nederlandsch Israëlitisch Ziekenhuis aan de Nieuwe Keizersgracht, waar ze eerder werkte als leerling verpleegster. Als je in het ziekenhuis woonde, zat je in een veilige bubbel. Je hoefde niet naar buiten te gaan, waar alle risico’s lagen. Het personeel van het ziekenhuis kenden elkaar en hadden gedeelde smart. Ze voelden zich veilig, omdat ze een sperr hadden. De tegenstelling was groot: buiten lag de dreiging van de oorlog en binnen was er saamhorigheid, vriendschap en lol. Het ziekenhuis lag net buiten de afgesloten Joodse wijk en vanuit de ramen hadden ze zicht op de razzia’s. Er werden regelmatig patiënten geselecteerd voor deportatie. Of er werd omgeroepen wie van het personeel zich moest melden voor transport. Dit waren angstige momenten.

Op 6 juli 1943, ruim een maand voordat het ziekenhuis geruimd werd, kwam Lygia aan in Westerbork. Hier verbleef zij 7 dagen. Op 13 juli werd Lygia gedeporteerd naar Sobibor. Ze werd drie dagen later, direct na aankomst, vergast op 16 juli 1943.

De spullen die het echtpaar Noach in bewaring gaf aan het echtpaar Spelde zijn goed bewaard gebleven. Dankzij hen weten wij hoe de familie Noach eruit heeft gezien. Harm en Lena Spelde gaven de spullen door aan hun zoon Johan. Hij was docent orgel en piano en werd een bekende Utrechtse organist in de Janskerk en de Nicolaikerk. Johan trouwde en kreeg twee dochters. De spullen werden doorgegeven aan zijn dochter Ingrid Spelde. Het theekistje heeft zij sinds haar veertiende gebruikt als sieradenkistje. Haar eerste man Meine-Gerlof Sijtsma heeft er alles aan gedaan om verwanten van de familie Noach op te sporen. Hij vond uiteindelijk Era en Shirly Noach in Israël. Hun opa Isaäk Noach was de jongere broer van deze Siegmond. En Jos van Klaveren in Hoofddorp. De oma van Jos, Cilia Noach, was de tien jaar oudere zus van Siegmond. Het gezinsportret en de herdenkingskalender van Erica zijn naar Era en Shirly in Israël gegaan.

Van de familie Bino, de familie van Dientje heb ik geen verwanten kunnen vinden. De vernietiging in beide families is heel erg groot geweest.

Plaquette in De Inktpot ter nagedachtenis aan 32 hoofdkantoormedewerkers van de Nederlandse Spoorwegen, die tijdens de bezettingsjaren door oorlogshandelingen zijn omgekomen. Onthulling 9 september 1948.
In de tweede kolom, derde van boven, staat S. Noach.

3 Struikelstenen

Op 25 oktober 2024 werden er drie struikelstenen geplaatst voor Siegmond, Dientje en hun dochter Lygia. De stenen werden betaald door de NS.

Deze dag sprak op de stoep bij Willem Arntszkade 35 bis ook een familielid van de Noachs, Jos van Klaveren. Zijn oma was een zus van Siegmond. Jos (1941) zat zelf als kind ondergedoken in Oog in Al. Zijn directe familie in Amsterdam werd verraden, gedeporteerd en vermoord. Hij groeide op in zijn Utrechtse pleeggezin. Johannes en Bertha van Eck, zijn pleegouders, kregen voor het redden van een joods kind een Yad Vashem-onderscheiding. Dat gebeurde vrij recent, in 2014.
(Uit: 030)
Journalist Jim ter Lingen heeft later een podcast opgenomen met Jos: https://www.nieuws030.nl/hist030rie/jos-van-klaveren-kwam-als-joods-jongetje-in-de-oorlog-in-utrecht/

Jos van Klaveren, Foto Jim Terlingen
De struikelstenen, het gezinsportret en de herdenkingskalender van Erica, Foto Jim Terlingen

Oktober 2024, Doete Regts


Dankwoord
Dank je wel Doete voor dit verhaal, voor alle uitzoekwerkzaamheden, het aanvragen van de struikelstenen, het geld regelen voor betalingen van de stenen, het vinden van familie en organiseren van de legging. Onze wijk is rijk!
Ook dank aan de NS en ProRail, de vrijwilligers van de Joodse begraafplaats, wooncorporatie Portaal en het 4 mei Comité en alle buurtbewoners die erbij aanwezig waren. Dank aan Mariëlla en Ravian voor de toestemming voor Noachs struikelstenen op hun stoep.

Foto door Charles Chamboné