Grote politie-inval in Utrecht 

Doorgaans is de Tuinwijk een rustige buurt. Maar wie er in 2004 woonde herinnert zich vast nog de grote politie-inval. Met veel ME eenheden kwamen ze aanscheuren en vielen met geweld de woning binnen aan de Bucheliusstraat. De straat werd met rood-wit gestreept lint afgezet en niemand mocht de straat in. Uiteraard kwam toch de pers en probeerde getuigenverklaringen te krijgen van bewoners.


Grote politie-inval in Utrecht 
UTRECHT 27 september 2004
De Nationale recherche heeft gisteravond bij een inval in een woning in Utrecht drie mensen opgepakt. Volgens het OM gebeurde dat in het kader van onderzoek naar misdrijven. In het huis zouden “waarschijnlijk explosieven” liggen. Die zijn echter niet gevonden.

Bij de inval werd de Bucheliusstraat afgezet en was een peloton van de ME aanwezig. De media mochten niet filmen.

De arrestanten zouden leden van een allochtoon gezin zijn: een vader, een moeder en een 18-jarige zoon. Volgens buurtbewoners werkte de zoon bij KLM. Ze omschreven het gezin als vriendelijk en onopvallend.


9-11-2001
De aanval op de Twin Towers New York opent een wereldwijde jacht op terroristen. Of het nu reëel is vraagt niemand zich af. We hebben een nieuwe gezamelijke vijand. Ook in Nederland houdt het OM zich hier mee bezig. Er zouden explosieven liggen die gebruikt zouden gaan worden voor terroristische bomaanslagen.
Er wordt niets gevonden, maar het huis is onbewoonbaar geworden.
Het OM zegt reden te hebben. Lees dit artikel.

In 2009 schrijft NRC een artikel: Voorzichtige kentering in anti-terrorismebeleid met een foto van deze inval.


Het is het huis waar nu Martijn en Andrike wonen. Toen zij er in trokken was er weinig gerestaureerd en hadden zij hun handen vol aan renovatie.

CC

In een boekje dat oud- Bucheliusstraatbewoner Karin Monnink vond staat geschreven door Guus Peek:
“Het is 27 september 2004. Bij het aankleden staat de tv in de slaapkamer op het RTL-nieuws. Ik word uit de badkamer geroepen: kijk nou, een inval in de Bucheliusstraat, arrestaties, zoektocht naar explosieven, terroristen! Verbijsterd staar ik naar het kleine scherm. Ik zie een donkere straat, een rood-wit lint, blauwe zwaailichten. In de Bucheliusstraat! Mijn straatje, waar ik in mijn jeugd woonde en van waaruit ik het ouderlijk huis verliet, zo’n 35 jaar geleden. Een nette Utrechtse straat, in de jaren twintig gebouwd voor kantoormensen en ambtenaren. De Bucheliusstraat, net zo obscuur als de man waarnaar hij is genoemd. Een kleine straat, er stonden toen maar twee of drie auto’s in. Een brede stoep waarop je heerlijk kon spelen, lantaarnpalen waarin je kon klimmen, bomen die bij verstoppertje als buutplaats dienden. Een straat met kinderrijke gezinnen die zondags naar hun eigen kerken en door de week naar hun eigen scholen gingen. Een straat waarin de melkboer langskwam en de groenteman met paard en wagen en die man met een grote wijnvlek in zijn gezicht die de vuilnisbakken schoon-spoelde. Waar de buurvrouw gek werd van de ballen in haar voortuintje en ze dreigde af te pakken. Een straat met een glijbaan in de winter en waar getold werd in de zomer. Mijn straat.
xx
Het was in de eerste reportages op tv niet duidelijk waar precies de inval was geweest.Totdat meer details doorkwamen. Toen was de schok compleet: het ging om ons eigen huis. Ontdaan zag ik op tv de versplinterde voordeur, de weg-gebroken plinten. Een verontwaardigde Marokkaanse jongen met zijn broertje leidde de camera door…ons huis. Ik herkende onmiddellijk de slaapkamer van mijn ouders.Er hing een Arabisch gekalligrafeerde afbeelding boven het bed. Daar waren vroeger de Emmaüsgangers te zien. Mijn slaapkamer, waarin ik met mijn broers sliep, het kleine kamertje boven de voordeur, de trap naar zolder! Mijn hemel hoe vaak klom ik niet met de kolenkit naar de donkere zolder om brandstof voor de kachel te halen. Nu liepen daar Marokkaanse kinderen door een heel andere rommel: omver-gegooide spullen waarachter explosieven werden vermoed. Er hing een touwtje uit de brievenbus zodat we altijd binnen konden komen zonder aan de bel te trekken. Nu had de bijzondere bijstandeenheid met een stormram de voordeur ingeslagen. Over de trap waartegen onze fietsen stonden waren ze naar boven gestormd, met een bocht naar rechts. Over het balkon waar mijn moeder oliebollen bakte en de was kookte, waren ze ongezien naar binnen geklommen.
xx
Ik belde met mijn vader, broers en zusjes. Ja, ook zij hadden het gezien, ook zij waren van hun stuk gebracht. Dat de tijden veranderd waren wist ik wel, natuurlijk. Maar dat de oorlog tegen het internationale terrorisme nu ook werd uitgevochten op de plek van mijn jeugd, dat was wel heel bizar. Armando schilderde ‘Schuldig Landschap’ Ik herinner me ‘Onschuldige Bucheliusstraat. En dwars door dat beeld was nu dit gesmeerd.
xx
Arnoldus Buchelius (1565-1641) was een Utrechter die leefde tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Een tijd van godsdienst-oorlogen en opstanden, van grote omwentelingen, die velen in angst en onzekerheid stortten. Hij zou misschien wat minder verbaasd zijn geweest dan ik.”
xx