


Uniek aan deze woningen zijn de slaaptorens. Dat wil zeggen, tussen 4 woningen; de 2 onder- en 2 bovenwoningen, bevinden zich van al deze woningen slaapkamers tussen de woningen in. Veel benedenwoningen hebben 1 slaapkamer boven, de één aan de voorkant, de buren aan de achterkant van de woningen. Daarboven liggen de slaapkamers van de bovenwoningen die ook weer geschakeld zijn- voor en achter. Zo hebben de woningen een ‘slaaptoren’. Zo konden arbeiders die vaak in ploegendiensten werkten, overdag slapen zonder gestoord te worden.