De Tuinwijk is een eenheid. De grote oranje daken omzoomd met groen. Mooier kun je het niet bedenken. Die eenheid ontstaat niet door rechtlijningheid en gelijkheid, nee, de eenheid ontstaat juist door de kleine variaties: de inspringende gevels, metseldetails, de deurdakjes. Het voelt als een organische levend geheel. Je voelt dat de hele wijk, binnen, buiten, straat en wijkbeeld als één geheel is ontworpen! Dát is een kenmerk van de Amsterdamse School!
Als stadsbeeld, als straatbeeld en ook binnen is de schoonheid doorgezet. Geen woning is hetzelfde, de hoekpanden hebben kleine variaties in ramen, nisjes en metselwerk. Huizen verspringen, sommigen hebben een trapje, of een dakje, een bijzonder bijgebouw, of twee balkon. Inclusief de mooie schuurtjes en vormt de wijk een eenheid.
Of zoals Herman van Veen het verwoordde: “Bij tante Annie zag je vrolijke daken waar Sinterklaas de weg op wist. Daar wilde je, als je later groot was, wonen. ”
En zo is.


Straatstenen
Uniek aan de wijk is dat de oude waaltjes in visgraatmotief gelegd- straatstenen – het momumentale karakter van de wijk versterken. Ze vormen de sokkel waar de huizen op staan. Gelukkig is jaren geleden is het voorstel om aparte parkeervakken te maken in zwarte betonsteen afgezoomd met witte stenen al door de alerte bewoners afgewezen. Geen versnippering en voor behoud van wat waardevol en mooi is.
